Basis onderwijs

Verrekijkers hebben maar één doel en dat is het object dat u wilt bekijken dichterbij halen. De reden dat er zoveel verschillende modellen bestaan is dat er geen één verrekijker bestaat die voor alle doeleinden is geschikt.

 

Een zeiler die een boei probeert waar te nemen heeft absoluut niets aan een 8×21 pocket-kijker die echter weer door een rugzaktoerist als je-van-het wordt ervaren, terwijl een jachtopzichter weer heel andere eisen aan zijn kijker zal stellen.

 

Aan het einde van deze site zal het u duidelijk zijn waarom het niet mogelijk is om al die verschillende eisen in één model verrekijker te verenigen. Dit is ook de reden waarom wij zo’n 500 verschillende modellen op voorraad hebben.

 

Wij zullen proberen u, als eindgebruiker, op zo’n helder mogelijke wijze kennis te laten maken met alle ins en outs over verrekijkers, door u vooral veel te vermoeien met moeilijk taalgebruik, zodat u in staat zal zijn, die kijker aan te schaffen die voor uw doeleinde is geschikt, zonder dat u blind hoeft te varen op de (meestal gebrekkige) kennis van de verkoper die u -als leek- alles zou kunnen verkopen, want in het land der blinden is éénoog koning!!

 

Oké, hier gaan we dan. Raakt u onderweg het spoor bijster dan kunt u ons altijd mailen of bellen, want daar zijn we ook voor.
Wij, Ida, Kirsty, Judith, en Jan zijn uw gastvrouwen/heer tijdens dit digitale verrekijker tripje.

 

De vergrotingsfactor en het gezichtsveld:
Als u de natuur zo veel mogelijk met rust wilt laten en schuwe dieren toch wilt waarnemen, dan is een hoge vergrotingsfactor voor u ideaal. Nietwaar???

 

Een 10 x 70 of een 20 x 80, een 22 x 100, alles is mogelijk.
Wat betekenen deze cijfers nu eigenlijk.
De 10 staat in dit geval voor de vergrotingsfactor en de 70 voor de werkzame diameter van het objectief in millimeters. Een objectief is niets anders dan de benaming van de voorste lens van uw kijker.
Dus niet het oculair, waar u met uw ogen tegen aan zit, maar de andere kant van de kijker.

 

Het woord objectief komt vanuit het principe dat dit de lens is die naar het object gericht staat. Het woord oculair komt vanuit het principe dat dit de lens is die naar het oog (de oculus) gericht staat.

 

U moet zich wel realiseren dat een kijker van het formaat 10×70 een joekel van een apparaat is, die ook nog eens uit de losse pols moeilijk stil te houden is, zodat u eveneens vast zit aan een statief. Ergo; u hebt formidabel kijkcomfort maar u levert in op draagcomfort. De kijker weegt al gauw meer dan 2 kilo en daar komt het statief nog eens bij.

 

Daarbij komt dat uw gezichtsveld (field of view) kleiner wordt naarmate de vergrotingsfactor hoger wordt. Het gezichtsveld (op uw kijker vaak aangegeven als bijvoorbeeld: 4,5 º field) geeft de diameter in meters die u horizontaal kunt waarnemen op een afstand van 1000 meter. Hoe hoger dit getal, des te breder uw gezichtsveld is (wide angle). Dit is voor u van belang om te weten als u een kijker overweegt aan te schaffen waarmee u veel naar vliegende vogels wilt kijken. Het is van belang, dat u zich goed laat voorlichten!!

 

Feitelijk kunt u het probleem voor u zelf heel goed zichtbaar maken door uw eigen kijker te creëren met uw handen.
U plaatst uw duimen en wijsvingers tegen elkaar en kijkt door het ontstane gat. U kijkt nu door een “verrekijker” van 0 x 70, oftewel de vergrotingsfactor is 0 en de diameter van het objectief is 70 mm. U houdt uw handen ongeveer 20 centimeter van uw gezicht af en kijkt er door heen. Uw gezichtsveld loopt van uiterst links naar uiterst rechts. Meer kunt u niet waarnemen. Nu knijpt u uw handen tot een cirkel van ongeveer 3 centimeter (0 x 30) en blijft er door heen kijken. U ziet dan dat uw gezichtsveld aanzienlijk verkleind wordt.
(Mocht uw partner u nu vragen wat u nu in Godsnaam aan het doen bent voor uw pc, dan zegt u maar dat u zojuist het licht hebt gezien.)

 

Dit, en het feit dat de vergrotingsfactor (zeg 20) het bekeken object ook nog eens 20 maal dichterbij haalt, geeft het belang aan van een kijker met een breed gezichtsveld.

 

Er zijn merken die werken met een graden aanduiding, zoals bijv. 7. Het enige wat u hoeft te doen is dit getal te vermenigvuldigen met 17.45 en u hebt uw gezichtsveldbreedte in meters uitgedrukt te pakken. In dit geval dus op 1000 meter afstand een diameter van 122 meter.Vergeet niet, dat u door een cirkel kijkt. Uw field of view is dus behalve verticaal, ook horizontaal en/of diagonaal. Een uit elkaar spattende vlucht eenden is beter te observeren met een “wider field of view”kijker dan met een kleiner exemplaar.

 

Het field of view wordt uitsluitend bepaald door het gebruikte type oculair. Men spreekt van een groothoekoculair als het normgetal 60 of hoger is. De berekening hiervoor is simpel……….
De door de fabrikant opgegeven graden van de field of view vermenigvuldigt u met de vergrotingsfactor. Als voorbeeld nemen we de Swarovski EL 8×32 met een FOV van 8 graden. 8×8 is 64.00 en dus een verrekijker met groothoekoculair.
De FOV kan door de fabrikant ook in meters zijn aangeduid, zoals bij de Swift Audubon 8.5×44. Deze heeft een FOV van 144 meter. In dit onderhavige geval delen we 144 door 17.45 en zien een gradenuitkomst opdoemen van 8.25. Dit getal vermenigvuldigt met de vergrotingsfactor is 70.12! Een verrekijker met een super FOV dus. Hoedt u voor extreme wide field of view specificaties bij de goedkopere merken. De kwaliteitsweergave van onze vlucht eenden buiten het brandpunt van de lens van deze kijker is simultaan aan het prijskaartje dat er aan hangt.

 

Wilt u een kwaliteitsweergave in een factor 10 vergroting zonder rand onscherpte en contrastverlies dan moet u investeren in kwaliteit en dus ook in prijs. Resumerend adviseren wij pas tot aanschaf van een kijker met een extreme vergrotingsfactor en objectief diameter over te gaan als u voornemens bent op statische wijze over grote afstanden langzaam of niet bewegende objecten waar wilt nemen. De reden dat wij in een dergelijk geval tevens een grote lens diameter adviseren zit ‘m in het schemergetal dat een dergelijke kijker heeft.

 

Schemergetal en uittrede pupil
U voelt de schoen misschien nu al een beetje gaan wringen.
Als je al rekening moet gaan houden met het schemergetal bij zo’n grote kijker, hoe zit het dan wel niet bij zo’n kleine jongen? U weet wel, zo’n rugzak geval van 8 x 21. De reden dat wij dit zo expliciet benadrukken ligt in het feit, dat we nu de lichtsterkte, het schemergetal en het uitrede pupil gaan behandelen. U moet namelijk voorkomen, dat u een kijker in handen gedrukt krijgt waarmee u soms met het blote oog meer onderscheidt dan door uw kijker.

 

Denkt u zich de volgende situatie maar eens in:
Het is eind juni en om 22.45 uur is de schemer ingetreden. U bent ergens waar u over een weiland heen kunt kijken naar een bosrand. Plotseling ziet u een damhert uit deze donkere bosrand komen. Behoedzaam reikt u naar uw 8 x 21 verrekijker en brengt deze naar uw ogen, tenslotte had u deze voor dit soort doeleinden gekocht.
U tuurt er mee naar ons hertje en tot uw stomme verbazing ziet u met het blote oog meer hert dan door uw net aangeschafte kijker.
Potverderdriedubbeltjesallehaaienopeenstopnaald!!!!!! Hoe kan dit???
Toen u op die zonnige middag, bij die aardige verkoper, door die kijker keek had u dit probleem helemaal niet. En de verkoper had het er al helemaal niet over dat dit zou kunnen gaan gebeuren.

 

Waarom dit gebeurde, gaan we nu behandelen.
Hoe groter de objectief (voorste lens) diameter, des te meer licht zal deze kijker kunnen doorlaten naar uw oog en des te meer details u waar zal nemen.
Dit klinkt logisch maar er komt nog één niet te verwaarlozen factor bij:
Bij zonnig weer sluiten uw oogspieren uw pupil tot ongeveer 2 mm. In het schemerdonker zal uw pupil 7 mm. doorsnede hebben.
Bent u boven de 50 jaren oud dan zal de kracht van uw kringspier (niet te verwarren met die van uw sluitspier, want die zit toch echt ergens anders) dusdanig zijn teruggenomen dat uw pupil maar max. 5 mm. doorsnede zal bedragen.

 

Laten we als voorbeeld een verrekijker nemen van 8 x 40.
De vergrotingsfactor is 8 en de diameter van de voorste lens (het objectief) is 40 mm. Als we nu de objectief diameter (40) delen door de vergrotingsfactor (8) dan komen we op 5.
Het uittrede pupil van deze kijker is dus 5mm doorsnede.

 

Bij een 8 x 21 kijker is deze dus……….., juist 2.5 mm doorsnede. Weet u nog ons probleem? Het was 22.45 uur en onze pupillen stonden voor maximaal lichtontvangst geopend en dus op 5, 6 of 7mm doorsnede. Uw oog “vroeg” dus 6, maar kreeg maar 2.5. Met andere woorden, met uw blote oog kon u meer waarnemen dan door dit kijkertje. De lichtsterkte van deze kijker schiet tekort voor dit specifieke doeleinde. Zou het getal hoger zijn geweest dan 5, dan had u wel goed zicht gehad. Hoger dan 7 is volledig zinloos omdat uw pupil toch niet meer dan 7mm doorsnede kan bedragen.

 

Resumerend:
Een 8 x 21 kijker heeft een uitrede pupil van 2.5 en zal dus nooit meer licht tot uw pupil kunnen brengen dan een lichtbundel van 2.5mm doorsnede.Uw pupil kan max. 5 tot 7 mm open staan en dit dus ook aan lichtbundel kunnen ontvangen. Bij zonnig weer geeft deze kijker geen lichtsterkteverlies omdat uw kringspier (vergelijk het maar met het diafragma van uw camera) uw pupil heeft vernauwd tot 2 mm
Kijkend naar ons hertje bij die bosrand, staan onze pupillen 5mm open en de kijker geeft 2.5mm aan uittrede pupil. De kijker geeft nu lichtsterkteverlies, want zijn uittrede pupil is 2.5.

 

Het is dus nu door deze kijker kijkend 1 maal zo duister als dat u op dat moment met uw blote oog waar had kunnen nemen.
Het is dus het uittrede pupil die bepaalt hoeveel licht uw oog bereikt en deze wordt berekend door de objectief diameter te delen door de vergrotingsfactor. De helderheid die een kijker biedt wordt bepaald door de effectieve lichtwaarde. De lichtsterkte dus!!

 

Deze kunnen we berekenen door de uittrede pupil met zichzelf te vermenigvuldigen. Pakken we onze 8 x 40 weer eens op, dan weten we dat zijn uittrede pupil 5 bedraagt. 5 x 5 is…..25!
Hoe hoger dit getal is, des te helderder het beeld in uw kijker is. Dit heeft een maximale grens tot 50. Daarboven heeft geen zin, want dat levert voor ons menselijk oog geen extra helderheid meer op.
Ergo, een 7 x 50, een 10 x 70 of een 8 x 56 kijker geven maximaal helder beeld want hun uittrede pupil is 7. 7 maal 7 is 49 en dus bijna het maximaal haalbare.

 

Schemergetal
Dit brengt ons naar het volgende onderwerp en dat is het schemergetal. Elke kijker heeft ook een schemergetal.
Dit getal geeft het vermogen van de kijker weer om u in staat te stellen onder slechte lichtomstandigheden toch nog goed te kunnen waarnemen. Dit getal dient zo hoog mogelijk te zijn! Is de waarde beneden de 15 dan is uw kijker eigenlijk uitsluitend geschikt om er overdag mee waar te nemen.

 

Hoe berekent u nu het schemergetal?
U vermenigvuldigt de vergrotingsfactor met de objectief diameter en uit dit getal trekt u de wortel en dat is uw schemergetal.
Vermoord uw gids niet, want wij kunnen er ook niets aan doen…..

 

Oké, hier gaan we dan:
Onze kijker is een 8 x 40.
8 maal 40 is 320.
De wortel van 320 is 17.9 want ……… 17.9 maal 17.9 is 320!
In dit geval ligt 17.9 boven 15 en is dus redelijk te noemen.
Nu gaan we nog een stapje verder. Als ons getal 17.9 is dan vermenigvuldigen we dit met de factor 10. Dit getal geeft de afstand in meters weer waaronder u, in ongunstige lichtomstandigheden, nog scherp details waar kunt nemen van het door u bekeken object.
Resumerend: Het schemergetal van uw kijker geeft aan hoe de kijker presteert onder slechte lichtomstandigheden. De lichtsterkte (de uittrede pupil) geeft aan hoe helder beeld uw kijker kan geven.
Dit zijn twee totaal verschillende dingen maar het is wel mega belangrijk dat u het verschil begrijpt. Wij leven namelijk in Nederland op de 52ste breedtegraad. We kunnen er één of twee graden naast zitten, maar we kennen hier in Noord Europa dus een zeer lange schemering. Ons licht wordt slechts langzaam minder.

 

Voor lokaal gebruik is dus een kijker met een hoog schemergetal aan te raden, terwijl het voor gebruik in de tropen helemaal niets uitmaakt dat de kijker een hoog schemergetal heeft omdat ze daar geen schemer kennen. Arie op safari in Afrika heeft niets aan een kijker met een hoog schemergetal want daar gaat binnen 10 minuten het licht uit.
Arie heeft daar veel meer aan een kijker met een hoge lichtsterkte!

 

LET WEL, dat bovenstaande slechts een rekenkundige en dus slechts een theoretische analyse is van het prestatievermogen van uw kijker, maar het zegt helaas helemaal niets over zijn werkelijke prestatievermogen!!!!!
Snapt u ons nog????

 

Een vergelijk tussen het prestatievermogen van kijkers gaat alleen op tussen kijkers die zijn uitgerust volgens dezelfde specificaties. Dus, die dezelfde bouwconstructie hebben. Waarvan de gebruikte glassoorten, coatings en prisma’s identiek zijn. Geloof ons, een 8 x 56 habbiebabbiekijker van 119, = Euro presteert echt op ALLE fronten minder dan de Zeiss Victory 8×20 of de Swarovski 8×20 Pocket van 549, = Euro!!!

 

Iedereen die onder slechte lichtomstandigheden toch het optimale uit zijn verrekijker wil halen zal moeten investeren in een kijker met di-electrisch gecoate prisma’s en voor specifieke doeleinden aangebrachte coatings ( de topmerken coaten hun lenzen elk 6 tot 9 maal voor referentie reflectie bestrijding voor elke kleur binnen het kleurenspectrum en volstaan echt niet met een enkele magnesium fluoride coating). Zij maken voor de prisma’s gebruik van minimaal BaK4 glas in plaats van Bk7 glas, zijn ECHT waterdicht en dus condensvrij en zo kan ik nog wel even door gaan.
Wilt u dit, dat belandt u automatisch in het hogere prijsniveau!!
Besef wel, dat u niet voor de naam betaalt. Dat is kroegpraat. U betaalt voor de kwaliteit en niet voor de naam. De naam kan wel synoniem staan voor kwaliteit. Bijvoorbeeld de grote 2; Leica en Swarovski en niet persé in die volgorde want “overall” liggen deze merken kwalitatief zeer dicht bij elkaar.

 

Wordt de kijker vooral tijdens zonnig Europees daglicht gebruikt dan is de aanschaf van een “middenklasser” te overwegen. Komt hier turbulentie van stofwolken bij (Afrikaanse condities) met bijbehorende lichtintensiteit kies dan voor een A-merk.

 

Bij de sub-merken is volop keuze in kwaliteit en prijsopbouw.
Koop alleen daar waar u voldoende keuze mogelijkheid wordt geboden door de verkopende partij!!! Voor elk specifiek gebruikersdoeleinde is een aanbod van zo’n 10 verschillende modellen helemaal niet uitzonderlijk. Het feit dat wij altijd zo’n 500 verschillende modellen op voorraad hebben heeft zo zijn reden.

 

Een lange afstand observatiekijker kent nu eenmaal een totaal ander gebruikersdoeleinde dan de pocketkijker voor de rugzak toerist.
Iedere verkoper kan bij zijn leveranciers gemakkelijk 200 verschillende modellen in huis halen, maar als hij niet in staat is u het verschil uit te leggen tussen een verrekijker van 200 en 1800 Euro, dan heeft u er als koper helemaal niets aan. Ook al claimt hij de grootste collectie te hebben binnen ons zonnestelsel.

 

Dichtbij bereik:
Als u in een winkel door een verrekijker tuurt, dan kijkt u meestal naar het verst verwijderde punt, want alleen dan denkt u voor uzelf te kunnen bepalen hoe dichtbij het bekeken object wel niet dichterbij kan komen. Probeer absoluut de kijker ook eens op een paar meter afstand uit. Dit wordt aangeduid als het “dichtbij bereik” van de kijker. De leeuwerik die op uw gazon op wormenjacht is, ziet er door de kijker aanzienlijk wreder uit dan dat u deze vogel met het blote oog bezig ziet zijn. Sommige kijkers hebben een dichtbij bereik van 2 meter. Anderen van 8 meter! Een mooie vlinder op een bloem op drie meter afstand met een 10×42 kijker bekeken is omgerekend op dertig centimeter bekeken met het blote oog, alleen verstoort u zijn/haar rust niet!!!

 

De kwaliteit van de constructie van het kijkerhuis houdt gelijke tred met het prijskaartje dat aan deze verrekijker hangt. Elke fabrikant bouwt, om voor de hand liggende redenen, een zo licht van gewicht mogelijke verrekijker. De meeste behuizingen worden gemaakt van lichtmetalen legeringen of van kunstoffen en wel volgens de spuit- gietmethodes. Goedkope verrekijkers hebben eenvoudige kunstoffen behuizingen en zijn absoluut niet bestand tegen temperatuurswisselingen. Uiteraard zijn de met glasvezel versterkte polyester behuizingen hieronder niet begrepen. De behuizingen hebben meestal een rubberen omhulsel (gummi armierung) om ze stootbestendiger te maken en om contactgeluiden te reduceren.

 

Sommige kijkers worden ook uitgerust met een lederen bekleding. Naast gewichtsbesparing heeft dit als voordeel dat innerlijke turbulentie (African conditions) door hitte (zonlicht) eerder door koeling bestreden kan worden. Rubber isoleert en houdt daardoor dus ook hitte langer vast.

 

Bij inferieure kijkers zijn de lenzen vastgezet in matige schroefvattingen en worden de prisma’s op hun plaats gehouden door kit of koperen cq metalen beugels. Het laat zich raden wat er met dit soort verrekijkers gebeurt bij schokken, grote hitte en/of koude. Een preciese uitlijning en/of justering van de lenzen en prisma’s is onmogelijk. Bij kwaliteitsverrekijkers is veel zorg besteed aan justering en bevestiging van alle optische onderdelen. Hierdoor is de kans op defecten in het optisch systeem nagenoeg uitgesloten. Het scherpstelmechanisme MOET van sublieme kwaliteit zijn, aangezien beide oculairen steeds parallel moeten blijven. Om dit te bewerkstelligen past men zeer fijne schroefmechanieken toe, alsmede vetten die dezelfde viscositeit vertonen bij +40 graden, maar ook bij -25 graden Celsius. Kom daar maar eens om bij een habbiebabbiekijker. Het mechaniek loopt of vast of leeg. Toch zijn er nog steeds mensen die voor hun safari naar Kenia en dergelijke oorden een goedkope verrekijker willen want de reis is immers al duur genoeg. Tja….. dat is natuurlijk zo en als de verkopende partij maar aan deze persoon mededeelt dat de kijker niet zal presteren zoals deze in Nederland (bij 20 graden) presteert is er niets aan de hand. Dan is het de bewuste keuze van de koper. Maar het moet hem of haar WEL verteld worden.

 

Verrekijkers zijn er maar voor één doel en dat is het bekeken object zo helder en contrastrijk mogelijk dichterbij halen. En het mag echt niet uit maken of dit nu op 1000 meter afstand is dan wel op 3 meter. Mocht u hebben besloten, dat een bepaald type kijker voor u de juiste is, haal ‘m dan enkel daar waar de winkelier deze in verschillende uitvoeringen en prijsopbouw heeft.

 

U kunt dan zelf letterlijk en figuurlijk de verschillen in prestatie ervaren.
Een 7×50 kijker van 250, = Euro presteert echt anders dan één van 500, = of 1.000, = Euro. Alleen u kunt voor uzelf bepalen hoeveel geld u uit wilt geven voor welke mate van helderheid, contrastrijkheid en kleur echtheid.

 

Heeft de winkelier maar een paar modellen op voorraad dan biedt hij u die keuze niet. Bedenk, dat u de komende 30 jaar van de aan te schaffen kijker gebruik moet maken. U doet uzelf tekort als u zichzelf die keuze niet laat bieden. Neem ook rustig de tijd! U bent echt wel een uurtje verder voordat u de juiste keuze gemaakt heeft.

 

Wordt u die tijd niet gegund, dan doet u alleen uzelf tekort.
Stel aan de verkoper alle vragen die bij U leven.
Weet hij het antwoord niet en laat hij u in het ongewisse, vraag uzelf dan af of dit wel het goede adres is voor een dergelijke aanschaf.

 

Heeft u bijv. een (steeds vaker voorkomend) allergie voor siliconen en/of rubber dan is het voor u wel van belang te weten waar de body van de kijker van is gemaakt. Alleen de kreet gummi-armierung, op de gebruiksaanwijzing, zegt zo weinig!

 

Het komt dus neer op expertise, keuze mogelijkheid, recht van retour (pas in de praktijk zal kunnen blijken of de kijker ook voldoet aan uw verwachtingspatroon) en of u een leenkijker van gelijkwaardig niveau bij schadeclaims mee krijgt! (reparatie-termijnen van 2 maanden zijn normaal en u bent in die periode “kijkerloos”).

 

Oké, genoeg marketing-technisch gebla-bla (hoe serieus bedoeld ook), we verlaten nu de lagere school voor het verrekijker onderwijs en betreden nu de schoolbanken van het voorgezet onderwijs voor de vakken techniek, vormgeving en materiaal soorten.