Nachtkijkers

DE WERKING VAN EEN NACHTKIJKER:
Licht, alles wat wij zien, de tekst die u nu leest, komt tot ons met een snelheid van 300 000 km/s en is niets anders dan een constante fotonenstroom danwel een elektromagnetische straling afkomstig uit de ruimte.
Deze straling kan een golflengte hebben van 0,001 nanometer (1 nanometer staat gelijk aan een duizendste van een duizendste millimeter en dan spreken we van Gamma-straling) tot 30.000 meter (Radiogolf en in dit specifieke geval een Langegolf lengte).
In dit hele spectrum van straling benoemen wij twee vensters, teweten het optisch en het radio venster.
In het optisch venster zitten de lichtgolven die wij kunnen gebruiken voor (thermische) restlichtversterkers en in het radio venster zitten oa de golflengtes die gebruikt worden voor radar. Sommige hybride (militaire) restlichtversterkers hebben meerdere functies in één apparaat, vandaar de naam. In een plotseling opkomende mist, dient een restlichtversterker of een pure infraroodkijker geen enkel nut en moet dus overgeschakeld kunnen worden naar een thermische- (warmtebeeld) en/of radarfunctie.
Het licht dat wij mensen waar kunnen nemen bevindt zich in het stralingsgebied tussen de 400 nm en de 760 nm. Vanaf 760 tot 1100 nm zit het voor ons bruikbare en onzichtbare infrarode licht, wat we ook als restlicht kunnen benoemen.
De stralingswarmte van mens en dier vallen binnen dit bereik en is dus waarneembaar te maken (thermische kijkers).
De warmte die moeder aarde ’s-nachts afgeeft, na overdag te zijn opgewarmd door de zon, is niets anders dan infrarood licht. Het gras van een open weiland absorbeert (en reflecteert daarom) 400% meer infrarood licht dan het bladerdek van een bos hetgeen verklaarbaar maakt waarom een restlichtversterker in een bos minder presteert.

 

Een restlichtversterker versterkt het infrarode licht (restlicht) tot een niveau waardoor wij het weer waar kunnen nemen als zichtbaar licht.
Pas dan wanneer dit licht een bepaalde sterkte (golflengte tussen de 400-760nm) heeft prikkelt zij ons netvlies waardoor deze in staat is deze fotonenstroom om te zetten in elektrische impulsen voor onze hersenen, die er een beeld van fabriceren.
Een restlichtversterker presteert niet anders.
De fotonenstroom wordt gevangen door een objectief (de voorste lens van een restlichtversterker en in dit voorbeeld ons oog) en via een kathode naar een anodekegel (ons netvlies) geleidt om versterkt te worden om het daarna naar een fosforscherm (onze hersenen) te transporteren (onze zenuwen) die er bruikbaar beeld van maakt.
In onderstaande classificatie wordt melding gemaakt van de maximale levensduur in uren.
Hiermee wordt niet bedoeld de werkelijke branduren MAAR ook de uren waarin de restlichtversterker ergens ligt ZONDER dat de kap op de lenzen zit.
In elke nachtkijker zitten stoffen als fosfor, cadmium, zink en soms Elementen als Gallium, Arsenid en Indium. Deze zijn bij blootstelling aan fotonen aan verbranding onderhevig.
Zie het als het roesten van ijzer in de open lucht. Op een gegeven moment is het ijzer op!
De fabrikant garandeert een levensduur van de nachtkijker op basis van een maximale hoeveelheid restlicht (fotonen) die de nachtkijker kan verwerken.
Stelt de eindgebruiker (u dus) de nachtkijker bloot aan direct zonlicht, aan direct licht van een brandende zaklantaarn of aan direct op de nachtkijker gericht laser- of infrarood licht etc. dan veroorzaakt dit zo’n massale fotonenstroom, dat er een veel hogere verbrandingsgraad plaatsvindt in de beeldbuis dan normaliter voorzien en verkort dit aanzienlijk de levensduur van de restlichtversterker.

 

Letterlijk brandt u een gat in het fosforscherm. Het opgelopen schadebeeld in de nachtkijker is dermate kenmerkend voor een dergelijk “vergrijp” dat het ALTIJD buiten de garantie valt.
Het is met een nachtkijker net als bij uw vrouw: LEEN HAAR NOOIT UIT!!
Restlichtversterkers classificeren we in verschillende generaties, te weten: